Moedeloosheid. Het woord lijkt uitgevonden te zijn voor deze situatie. Maar toen ik gisteren het ‘njet’ van N-VA op de formateursnota van Di Rupo hoorde, spookte ook een ander woord door mijn hoofd: kotsbeu! Na ‘Madame Non’ hebben we nu ‘Monsieur Non’. Flaminganten wrijven zich nu wel in de handen, maar dan moeten ze weten dat ze dit land in een complete impasse storten, en in het ravijn dreigen te duwen. Al is dat ironisch genoeg allicht hun bedoeling.
Met een taal die leek op verkiezingspropaganda maakten de Vlaams-nationalisten gisteren brandhout van Di Rupo’s nota. Op het partijhoofdkwartier heeft de papierversnipperaar alweer zijn nut bewezen. De partij had geen zin in een tactisch ‘ja’, zegt ze. Liever de huid gaaf houden, dan zich te verbranden in onderhandelingen. ‘Onderhandelingen zonder kans op slagen.’
Misschien moet de N-VA-voorman eraan worden herinnerd dat België nog steeds een democratisch systeem hanteert. Democratie is pluralisme, verschillende opvattingen, ideologieën. Wil je een democratie leiden, dan moet je dat samen met anderen doen, die een andere opvatting hebben. Dus moet je water bij de wijn doen, moet je stevige verkiezingsbeloftes afzwakken – het beste is dat je ze niet maakt –, toegevingen doen, om in ruil bepaalde eisen toch ingewilligd te zien.
Op alle voorstellen afwijkend van de eigen opvatting ‘nee’ zeggen, blijven volharden in het Eigen Grote Gelijk, zet jezelf op den duur buitenspel. Daarom klinkt de roep om een ‘Quid N-VA-scenario’ op dit moment des te luider. Een democratie lukt niet met een partij die geen toegevingen wil doen om ze daarna ook te krijgen van de anderen. Ze willen de wijn zuiver drinken.
De andere partijen zien in de formateursnota wel een voldoende onderhandelingsbasis. Ze schuiven wat dichter naar de andere toe, weliswaar met enkele bezwaren, maar daar kan door te praten een compromis over gevonden worden. Want het gaat over een onderhandelingsnota: er kan over gepraat worden. ‘Kan iemand enkele mensen zeer didactisch het verschil tussen een regeerverklaring en een onderhandelingsnota uitleggen?’, twitterde Noël Slangen deze morgen. Deze nota is niet te nemen of te laten, maar te onderhandelen.
Breder bekeken is niet alles te herleiden tot een koppig N-VA. Al van bij het begin kon je vermoeden dat een compromis vinden tussen een uitgesproken linkse partij en een even uitgesproken rechtse partij een hachelijke onderneming zou worden. En al zeker tussen een belgicistische partij en een Vlaams-nationalistische partij. Dat elke maatregel die het Belgisch gevoel in stand houdt of versterkt, wordt afgekraakt, was te verwachten.
Heel wat partijen blijven echter zweren bij de as PS/N-VA. Maar hoe sterk is die as wanneer beide zijden al meer dan een jaar met elkaar praten, maar elkaar geen duimbreed toegeven, het bloed vanonder elkaars nagels halen en de een de schuld op de ander afschuift? Hoe kan op zo’n fundament een regering gebouwd worden wanneer dat fundament aan alle kanten barsten vertoont? Welk huis is sterk genoeg om op zo’n poreuze basis recht te blijven bij een storm?
Niet alleen de as PS/N-VA is onstabiel. Ook de Vlaamse christendemocraten lijken hun evenwicht verloren te zijn. Toen Johan Vande Lanotte in januari zijn nota voorstelde, besliste de CD&V-top in laatste instantie die nota af te wijzen, terwijl een groot deel van de achterban er wel achter stond. Nu klonk de partij zich nog voor de ‘nee’ van N-VA – waarvan ze op de hoogte bleek te zijn – vast aan haar ex-kartelpartner.
Dat was vooral onder impuls van Vlaams minister-president Kris Peeters. Tja, wat moet de man zeggen? Hij kan er moeilijk zijn coalitiepartner in de Vlaamse regering afrijden, of hij moet een coalitiebreuk voor ogen hebben. De federale CD&V-mandatarissen willen wel onderhandelen a.d.h.v. de nota-Di Rupo, maar dat zwakke officiële antwoord – noch ‘ja’, noch ‘nee’ – werd ondergesneeuwd door zich expliciet aan N-VA te binden. Het soort van communicatie waarmee je je eigen geloofwaardigheid onderuit haalt. Hebben de christendemocraten last van koudwatervrees? Zijn ze bang zonder N-VA niet genoeg gewicht in de schaal te kunnen leggen bij onderhandelingen over de staatshervorming? Voelen ze zich op hun Vlaamse kant onzeker zonder N-VA?
Misschien moeten na meer dan een jaar praten alleen de partijen die water bij hun wijn willen doen rond de tafel gaan zitten. Willen we een regering met partijen die elkaar iets gunnen, samen een verhaal willen schrijven, dan moeten zij het nu doen. Daarmee ga je natuurlijk voorbij aan de winnaar van de verkiezingen, maar als die winnaar geen toegevingen wil doen, dan zet die zichzelf aan de kant.